Voor de Partijlijnen van Arcam werden we bij bureau SLA uitgedaagd om het verkiezingsprogramma van D66 Amsterdam te verbeelden als een ruimtelijk toekomstbeeld voor Amsterdam. We brachten het programma van D66 terug tot vier schaalniveaus: de stad, de wijk, de straat en de stoep.
Het programma van D66 is, zoals we het zelf noemden, een snoepzak vol tegenstrijdig optimisme. We gaan niet alleen heel veel woningen bouwen, maar ook nieuwe stadsparken maken en 25.000 bomen planten. Ongemakkelijke bouwregels worden afgeschaft, terwijl klimaatadaptief bouwen juist verplicht wordt. De stad moet gezond worden, groen, toegankelijk én gezellig druk.
In onze verbeelding levert dat een stad op waarin Havenstad uitgroeit tot belangrijke groeilocatie, waar houtbouw en CO2-reductie samengaan met meer biodiversiteit en water. Op straatniveau worden wadi’s het nieuwe asfalt, komen fietsverbindingen erbij en ontstaat ruimte voor voorzieningen, inclusiviteit, ambacht, experiment en nachtleven. Kortom: een stad waarin alles tegelijk kan, of in elk geval indrukwekkend veel.
Juist dat spanningsveld maakte deze exercitie interessant. Want achter het optimisme schuilt een serieuze ruimtelijke vraag: hoe geef je al die ambities tegelijk vorm in een echte stad?
Dank aan Arcam voor de uitnodiging en aan Suleyman Aslami voor het gesprek.
Wil je de presentatie van Peter van Assche zien? Klik op deze link.
Foto: Sanne Couprie









